|
|
|
| Interview | terug verder  | |
| Laat duizend bloemen bloeienDoor Karina Meerman
Prof. Dr. Ir. Inald Lagendijk is sinds zes maanden voorzitter van de Freeband stuurgroep. Hij is ook projectleider van iShare en kent Freeband sinds de aanloop van twee jaar voor de start, maar zijn voorzitterschap is meer dan op de winkel passen van een aflopend programma. “Dat zou niet zo heel veel uitdaging zijn.”
Wat doet u precies binnen Freeband?
We denken als stuurgroep en directie na over hoe verder te gaan en wat de mogelijkheden zijn voor het bedrijfsleven, kennisinstituten en de overheid. De vraag is welk pad we inslaan na 2008. Het programma waar we aan werken is het ICT innovatieplatform intelligente communicatie (IIPIC). Het bij elkaar brengen van mensen, opzetten van netwerken, bouwen van consortia, dat is wat ik graag doe. Wat dat betreft is projectleider me vaak iets te veel uitvoerend.
IIPIC is geen een reïncarnatie van Freeband, want dat zou betekenen dat Freeband dood is. Het is meer een vernieuwde versie, met een moderne blik op technologie voor communicatie. Dat proces loopt al anderhalf jaar en het is nu tijd voor een concreet plan, de strategische research agenda. Tijdens de afsluiting van Freeband op 2 en 3 oktober 2008 leggen we onze ideeën voor aan de diverse partijen en vragen hen hoe zij denken dat de strategische research agenda concreet is in te vullen. Voor het internationale perspectief nodigen we sprekers uit het buitenland uit.
Het is uitdagend omdat het moet aansluiten bij andere ICT programma’s en de agenda die de overheid graag zou zien. Met IIPIC doen we het best goed, maar we moeten een plek zoeken in het landschap van ideeën. Er gaat zeker een nationaal ICT-programma komen en IIPIC moet daar in zitten en een bijdrage leveren. Dat vergt goed afstemmen en dat is een grote puzzel. Dat vind ik heel erg leuk: te onderzoeken wat de verschillende belangen zijn en hoe die af te stemmen.
Waarom intelligente communicatie? Dan moet je jezelf afvragen wat dat precies is. Het is immers een label, net zoals internet en web 2.0. Als je wilt weten wat het precies is, moet je vragen hoe verschillende partijen het interpreteren. Enerzijds gaat het dan om de tekortkomingen van de klassieke telecom zoals slimme energiebewuste radio’s, anderzijds betreft het nieuwe systemen zoals P2P- en sensornetwerken. We snappen niet voldoende hoe het werkt. Misschien in kleine demo’s wel, maar wanneer we het echt willen toepassen is het lastig. Intelligente communicatie is nog niet uitgeëngineerd en daarom hebben we binnen IIPIC drie gebieden gedefinieerd die meer aandacht nodig hebben: Adaptive, Intuitive en Robust, oftewel AIR. Zowel aan de onderzoekskant als aan de toepassingenkant zijn dit belangrijke domeinen.
Het programma zal grotendeels wel technologie georiënteerd zijn. In Nederland worden andere ICT innovatieplatforms opgezet die zich veel meer in de applicatiedomeinen bewegen. Een programma zoals mobiliteit heeft toch ook ICT nodig. ICT wordt genoemd als de aandrijfas van innovatie, maar tegelijkertijd moet het zelf ook nog innoveren. Is het een doos voor stekkers en kabels of is het de heilige graal voor alle oplossingen? Je kunt er alles mee, maar er zit nog een enorm gat tussen verwachtingen en mogelijkheden. We moeten nog veel engineeren om aan te verwachtingen te kunnen voldoen. Dat ICT innovatie stuurt maar zelf óók moet innoveren is een spannende combinatie, die helaas niet altijd begrepen wordt bij beleidsmakers.
Hoe zit de ICT-wereld er over 10 jaar uit?
We beginnen nu met IIPIC en het is al heel wat dat we de domeinen van AIR hebben kunnen benoemen. We zetten al gelijk drie assen uit, maar AIR is niet hiërarchisch te rangschikken. Wat wel sterk in opkomst is, is de verwerking van data. We kunnen heel veel meten en communiceren en opslaan. Neem zorg op afstand of onze civiele ingenieurs die alle dijken willen uitrusten met een sensor. We zeggen: ‘meten is weten’, maar wat doe je met die data? Wat is relevant of betekenisvol voor mij als internetgebruiker, student, professional, wetenschapper? We kunnen wel heel veel meten, maar wat dan? Die slag moet ook nog gemaakt worden. Er zijn zoveel voorbeelden van metingen waarna niets met de data gebeurt. Er moet meer aandacht komen voor hoe je gegevens nuttig kunt maken: meten, communiceren, analyseren en selectief actie nemen, ook dat wordt bedoeld met intelligente communicatie.
Welke boek heeft u het meest beïnvloed in uw werk?
Gödel Escher Bach, ook wel GEB genoemd. En dan de grenzen van ons weten en modelleren zoals GEB dit bespreekt op het gebied van muziek, beeldende kunst en wiskunde. Ik ben bijzonder geïntrigeerd door het brein als communicatie- en informatieverwerkingssysteem, door neurale systemen. GEB zegt voor mij dat we een ingebouwde grens hebben van wat we kunnen snappen. Ga tien, twintig jaar verder en dan komen we uit op communicatie zoals de biologie dat doet. Maar hoe ver? GEB geeft een inherente spanning aan waar je niet omheen kunt.
Welke ICT-ontwikkeling vindt u het meest waardevol en zinvol en welke het minst?
Het voordeel van technologie is de evolutie die het teweegbrengt. Revolutionaire ideeën zoals YouTube, peer-to-peer, mobiele communicatie: ze leiden tot grote verschuivingen in de maatschappij en businessmodellen. Die disruptieve ontwikkelingen zijn karakteristiek voor ICT. Alleen de politiek denkt dat we al klaar zijn en dat alles uitgevonden is. Nou, echt niet. Er zijn ongetwijfeld zinloze technologische ontwikkelingen geweest, maar wat is zinvol of waardevol? En voor wie? Er zijn talloze ontwikkelingen geweest die nergens toe leidden, maar waren ze dan zinloos? Als wetenschapper zeg ik dat je tien creatieve ideeën moet onderzoeken om er één nuttige uit te halen. Er gebeuren dan dus geen zinloze dingen. Ik zeg: laat honderd bloemen bloeien bij de kenniswereld, bedrijfsleven en entrepreneurs, dan komt het absoluut goed met innovatie van de ICT.
| | | | |
|