Andere spelers, andere diensten
De bedrijfsmodellen rondom breedbanddiensten veranderen. Kabelbedrijven, van oorsprong tv-leveranciers, gaan internet en telefonie bieden via hun netwerken. Telecombedrijven op hun beurt gaan naast ADSL-toegang ook televisie en telefonie verkopen. "Partijen komen op elkaars markt terecht en de concurrentie leidt tot prijsverlagingen", stelt Irma Borst van LogicaCMG. "Maar je ziet ook nieuwe toetreders tot de breedbandmarkt. Bijvoorbeeld burgers of gemeenten die lokale glasvezelnetten aanleggen", aldus Borst. Zo zijn inwoners van Nuenen mede-eigenaar van het lokale glasvezelnet. Het is de bedoeling dat er geen monopolies meer zijn op infrastructuur. Dit soort particuliere netwerken moeten dus toegankelijk zijn voor alle partijen die tv, internet of telefonie aanbieden, maar geen eigenaar van het netwerk zijn.
LogicaCMG is een van de partners in het Freeband-project B@Home. Samen met de Technische Universiteit Eindhoven en de Erasmus Universiteit Rotterdam, Lucent, TNO en Philips doen ze onderzoek naar toekomstige samenwerkingsvormen tussen bedrijven, zogenaamde businessmodellen.
Weinig echte innovatie
TNO's Jack Verhoosel: "De marges op breedbandinternet zijn laag. De kabel- en telecombedrijven worden daarom gedwongen nieuwe diensten aan te bieden." Verhoosel is projectleider van B@Home. Hij leidt het onderzoek naar toekomstige bedrijfsmodellen, open serviceplatforms en entertainmenttoepassingen rondom breedbandinternet. "Er vindt betrekkelijk weinig échte innovatie plaats in de markt. De nieuwe triple play-diensten (zie kader) ontstaan noodgedwongen, om klanten te winnen en te behouden."
Uitgangspunt bij de B@Home-onderzoeken is dat Nederlandse huishoudens in 2010 over een gemiddelde bandbreedte beschikken van honderd megabit per seconde. Dat is honderd keer meer dan het huidige gemiddelde. Branchebreed gaat men ervan uit dat supersnelle glasvezel tot de voordeur uiteindelijk normaal wordt. "ADSL- en kabelinternet zijn nog niet op", zegt Verhoosel. "De techniek gaat dermate vooruit dat met xDSL-technieken nog een winst van 50 megabit per seconde te halen is. Het financieel rendement moet nog blijken."
In Nederland bieden, naast KPN, ook Versatel en kabelbedrijven Casema, UPC en Essent triple play. Verhoosel acht de kabelbedrijven beter in staat om deze diensten te bieden. "Ze hebben de televisiediensten al op orde. Uitbreiding met internet en telefonie is betrekkelijk eenvoudig. KPN en Versatel daarentegen moeten zich nog fors inspannen om tv kwalitatief goed aan te bieden via hun netwerken."
Onmiskenbare trend
Door onderlinge prijsconcurrentie wordt de financiële taart voor ADSL- en kabelbedrijven alleen maar kleiner. Het aantal spelers daarentegen groeit. Wat zijn de toekomstige bedrijfsmodellen? Daar kan Verhoosel nog geen antwoord op geven. Maar het is duidelijk dat de marktspelers zich behalve met infrastructuur ook met diensten moeten onderscheiden. "Een onmiskenbare trend is dat consumenten niet alleen consument zijn, maar ook producent. In het begin konden ze webpagina's maken en uploaden, nu ook audio, foto's en video's. Naast triple play-partijen onstaan ook aggregators. Dat zijn partijen die, los van providers, diensten bundelen en verkopen." Hij wijst ter illustratie op Unet in Almere. Unet exploiteert het lokale glasvezelnet met triple play, maar biedt ook videobewaking, zorg op afstand en externe digitale kluizen. Maar ook veilingbedrijf eBay neemt het op tegen traditionele telefonieleveranciers, via dochterbedrijf Skype.
Overweldigend aanbod
Waar moeten nieuwe diensten aan voldoen? Irma Borst: "Gebruiksgemak. Dat wordt belangrijk. Er komt bijvoorbeeld steeds meer content beschikbaar op internet. Mensen willen niet betalen voor de content zelf, maar wel om het sneller te kunnen vinden." Immers, het is tegenwoordig lastig om de juiste weg te vinden in het overweldigende aanbod digitale kopij. Borst: "Op sites als Amazon.com zie je dat gebruikers elkaar aanbevelingen doen. Dát werkt."
Aanbevelingen en onderling chatten staan ook centraal in Connect TV, een demonstrator die TNO en Lucent binnen B@Home ontwikkelen op een settop box met residential gateway. Dat is een systeem waarmee apparaten als tv, video en computer binnen een huishouden op een slimme manier aan elkaar zijn gekoppeld. Verhoosel: "Via Connect TV kun je met een groep vrienden televisie kijken, ieder op een eigen locatie. Via een breedbandverbinding kunnen ze onderling met elkaar praten over het programma. Het wordt ook mogelijk om elkaar via de buddylist kijktips te geven en programma's voor anderen op te nemen."
Veel bandbreedte is pas nodig als iemand zijn zelf opgenomen programma op een andere locatie, bij een vriend, wil bekijken. Ook dat moet mogelijk worden bij Connect TV. De beelden worden via internet van de ene naar de andere settop box verstuurd. Een mobiele telefoon kan worden gebruikt om de contenteigenaar te identificeren.
Koffie op afstand
De tweede demonstator van B@Home richt zich op een andere vorm van entertainment. LogicaCMG ontwikkelt met zijn partners op basis van een Philips-'spelcomputer' een interactief tv-concept. Irma Borst: "Consumenten die naar bijvoorbeeld '1 tegen 100' kijken, kunnen thuis meespelen en het opnemen tegen buren, vrienden uit een buddylist of onbekende Nederlanders. Ze kunnen live videoverbindingen opzetten met elkaar tijdens het spel, zodat zij het tv-spel kunnen becommentariëren. En je kunt zien hoe je thuis scoort ten opzichte van anderen."
De demonstrators combineren video en communicatie via breedband. Maar Verhoosel kijkt al verder: "We moeten in Nederland echt van triple play naar multi play. Je zou bijvoorbeeld de temperatuur, de verlichting of desnoods de koffie op afstand aan moeten kunnen zetten. Robotica en domotica over IP, daar zouden we in Nederland meer op moeten inzetten."
Wat is triple play?
Triple play is de aanduiding voor het bundelen van telefonie, televisie en internettoegang door één (internet)aanbieder. Zowel telecom- als kabelbedrijven bieden triple play-pakketten. De consument ontvangt combinatiekortingen en ontvangt één factuur. Triple play is enkel mogelijk bij de snellere ADSL(2+)- en kabelabonnementen. De gemeenschappelijke deler is dat alle dataverkeer via IP-verbindingen loopt.